15 maart 2010

Achter de schermen bij Naturalis

Geplaatst door bart in: evolutie


Eigenlijk is het achter de schermen nooit leuk, wat die schermen ook zijn. Acteurs zijn er ineens weer menselijk, schoonmaakspullen slingeren rond, het stinkt er naar het zweet van de leadzanger of het voer van de dieren. En meestal is het er krap, want de mensen achter de schermen kosten geld, terwijl de mensen vóór de schermen dat geld juist komen brengen.

 

Bij Naturalis is het achter schermen ook krap, maar zeker niet klein. Er is veel meer Naturalis dan de gewone bezoeker te zien krijgt: twintig verdiepingen hoog. Daar ligt alles dat niet in het museum paste, maar wel bewaard moet blijven.

Omdat 2010 het jaar van de biodiversiteit is, mogen bezoekers nu ook in de collectietoren kijken. Maar niet van ganser harte. U mag alleen komen op vrijdag- en zaterdagmiddag. Er is maar een beperkt aantal plekken, maar u mag niet reserveren. U moet extra betalen, maar uw camera en uw kind mogen niet mee. Het is koud in de toren, maar u moet uw jas uitdoen. En u mag zeker niet op eigen houtje door de collectie snuffelen: onder strikt toezicht wordt u rondgeleid.

 

Die strenge regels zijn er vooral om de collectie te beschermen. De lichaamswarmte van de bezoekers, de lucht die ze uitademen, het licht dat aanmoet: alles maakt de opgezette beesten een klein beetje stuk. Om de schade te beperken, mag een groep bezoekers maximaal een half uur in een kamer zijn.Wie zich over zijn schuldgevoel en de lange eisenlijst heen kan zetten, mag mee.

 

Wat is er te zien achter de schermen van Naturalis? Opgezette beesten. Eindeloze hoeveelheden opgezette beesten. Eigenlijk zijn die een beetje uit onder wetenschappers, maar de losse botten en met watten volgestopte vogellijkjes liggen in lades, dus de opgezette beesten trekken de aandacht.

 

Omdat zoöologen niet meer met opgezette dieren werken, zijn de beesten die nog wel zijn opgezet aan het verouderen. Het is ze aan te zien: veel apen hebben kale staarten, en lijken te grijzen omdat de huid op hun schedel steeds verder terugtrekt.

 

Het is een macabere verzameling: de zeehond met een gat in de schedel, een baviaan met een hoedje op die is opgezet met uitgestrekte armen, zodat hij gebruikt kon worden als bijzettafel. Bij een voormalig vloerkleed stopt de gids even. ‘Dit was een Birmese tijger’, legt hij uit. Uitgestorven. Ook een Afrikaanse blauwbok en een Europese berberleeuw kunt u niet meer in levende lijve zien, maar nog wel opgezet.

 

Maar voor wie er oog voor heeft, zijn de collecties van het voormalige Rijksmuseum van Natuurlijke Historie meer dan alleen een galerij des doods. De verschillen tussen de soorten en binnenin één enkele soort, zoals bij de drie lades vol met spreeuwen, laten de rijkdom van de biodiversiteit zien. Zoals een muziekliefhebber kan genieten van de steeds net iets anders herhaalde thema’s in een compositie, zo kan de natuurliefhebber hier een schoonheid zien die uitstijgt boven de soms wat mottige dode dieren zelf.

 

Het moet gezegd: de opgezette beesten die vóór de schermen van Naturalis staan, zien er beter uit. De speciale rondleidingen zijn dan ook vooral leuk voor de die hards die daar al op uitgekeken waren. Maar de èchte aantrekkingskracht van achter de schermen zit hem natuurlijk in het scherm zelf: u mag er normaal niet komen. Alleen al daarom zou je gaan.

Advertentie

Plaats een reactie (login/registreer)