Hilariteit op de internets: een ingezonden brief aan het jagersblaadje Field & Stream suggereert dat het hoog tijd wordt om Bigfoot op de Rode Lijst te zetten. Het is weliswaar niet duidelijk of het beest überhaupt bestaat, maar àls ‘ie bestaat is ‘ie retezeldzaam en verdient hij onze bescherming.
Nou, dat is hem dus. Degenen onder u die nog kranten met wetenschapsbijlagen lezen, krijgen hem waarschijnlijk hard voor de kiezen dit weekend. Austrapithecus sediba is een primitieve oermensensoort, en volgens de ontdekkers de directe voorloper van ons eigen genus, Homo.
Nou denkt iedereen die een nieuwe aapmens of mensaap ontdekt dat hij een unieke missing link in handen heeft. En denkt vervolgens iedere andere expert dat de vinder ongelijk heeft. Elke nieuwe soort maakt het debat alleen maar ingewikkelder, en het zal nog decennia duren voordat de wetenschap er echt over uit is hoe al die losse schedels en kaakbeenderen zich nou tot elkaar en tot ons verhouden. Daarom gaan we het vandaag hebben over Matthew Berger.
Iedere bioloog die wel eens een vak heeft gevolgd bij de geneeskundefaculteit kent het verschijnsel. De artsen - en met name de studenten - daar houden hun witte jassen niet aan. Niet alleen doen ze daarmee een deel van de functie van die jassen teniet - wie weet wat voor ranzige meuk daar ongemerkt op is gekomen tijdens je dienst/practicum/whatever - ze lopen er ook nog eens verschrikkelijk mee voor lul. ‘Kijk eens, ik ben geneeskundige!’ Nou, daar zullen de (medisch) biologen danig van onder de indruk zijn.
Goed, iets later dan beloofd. Maar bij deze mijn vervolg op het nano-avondje in Leiden. In het kort komt het erop neer dat biologie, informatica en technologie convergeren, en dat we daar een hoop moois en lelijks van kunnen verwachten de komende tijd. Voor meer informatie verwijs ik andermaal naar het Rathenau-instituut.
Maar waar het op die site nièt over gaat, en waar het bij Cees Dekker ook niet over ging, is de volgende stap in het denkproces.
Gisterenavond trad ik op bij Science Cafe Leiden, als columnist. Hoofdspreker was de Delftse natuurkundige Cees Dekker, jullie wel bekend om heel andere redenen dan zijn natuurkunde. Het was een inspirerende avond en ik zal daar later van de week nog meer over schrijven. Vandaag laat ik het even bij de column die ik voorlas.
Toen ik werd gevraagd om een column voor te lezen als inleiding op het praatje van professor Dekker, plaatste de organisatie van Science Café daar meteen een voorwaarde bij. Het mocht nièt over zijn geloof gaan, en al helemaal niet over Intelligent Design.
Eigenlijk is het achter de schermen nooit leuk, wat die schermen ook zijn. Acteurs zijn er ineens weer menselijk, schoonmaakspullen slingeren rond, het stinkt er naar het zweet van de leadzanger of het voer van de dieren. En meestal is het er krap, want de mensen achter de schermen kosten geld, terwijl de mensen vóór de schermen dat geld juist komen brengen.
Bij Naturalis is het achter schermen ook krap, maar zeker niet klein. Er is veel meer Naturalis dan de gewone bezoeker te zien krijgt: twintig verdiepingen hoog. Daar ligt alles dat niet in het museum paste, maar wel bewaard moet blijven.
Vandaag kreeg ik mail van een jongedame die Nieuwe Dieren aan het vertalen is naar het Frans.
Eén van haar vragen: ‘p15: wat is een spit-draai-hond? Ik heb niets gevonden op het Internet… Misschien heeft de hond een andere naam?’
Misschien ligt het aan haar Franse achtergrond, misschien was ik te optimistisch met mijn inschatting dat het woord in één keer duidelijk zou maken wat ik bedoelde. Voor het geval er nog andere mensen waren die het zich afvroegen:
Als je een groot stuk vlees gelijkmatig gaar wil hebben terwijl de warmte niet gelijkmatig van alle kanten komt, moet je het op een stok prikken en ronddraaien; een spit. Moderne ovens hebben een motortje om dat te doen, maar vroeger moest dat met de hand.
Dat is natuurlijk strontvervelend werk, zeker als je bedenkt dat het wel een paar uur kan duren voordat een klein varkentje gaar is. Dus lieten mensen dat werk opknappen door honden, in tredmolentjes. Spit-draai-honden. Het ras dat daar typisch voor gebruikt werd, heette de ‘turnspit’. Het bestaat inmiddels niet meer (hondje Whiskey hier in het plaatje was de allerlaatste), al zou je natuurlijk ook gewoon een ander klein hondje in een tredmolen kunnen stoppen.
Ik snap best dat het hygiënischer is, en diervriendelijker. Maar een keuken met hondjes erin lijkt me wel gezelliger!
Vandaag iets dat al veel eerder op Bioblog had moeten staan: het essay Can a biologist fix a radio?, van apoptose-onderzoeker Yuri Lazebnik. Hij vroeg zich af of biologen wel op de juiste manier naar hun materie kijken, en onderzoekt dat door de biologische aanpak los te laten op een probleem waarvan de oplossing al bekend is: een kapotte radio.
First, we would secure funds to obtain a large supply of identical functioning radios in
order to dissect and compare them to the one that is broken. We would eventually find how to open the radios and will find objects of various shape, color, and size. We would describe and classify them into families according to their appearance. We would describe a family of square metal objects, a family of round brightly colored objects with two legs, round-shaped objects with three legs and so on. Lees verder »